Voorjaarsbulletin 2003

Voorjaarsbulletin 2003

Inhoud :

Bladz. Betreft:
2 Inhoud
3 Voorwoord
4–7 Ontmoetingen voor wederzijds begrip
8 Speech in Japan
9 Gedichten
10 Zen parabel
10–11 Open brief
11—15 Voor u gelezen
15—16 Ingezonden brief
16—17 Open brief
17 Voor u gelezen
18—20 Brief aan het Ministerie van Gezondheid
21—24 Reisverslag in Japan door Anyda van Ginkel
24—25 Boeken
26—31 Reisverslag in Japan door Max Margé
31 Ik ben anders; een kind van de vijand
32 Colofon

Beste lezers en lezeressen,

(VOORWOORD)

 Weer een jaar voorbij. Het “weer” zal door ieder van ons verschillend beleefd worden. De beleving kan zijn; dat het snel is gegaan; altijd maar het zelfde of  het alleen maar gericht zijn op de toekomst.

Voor ons als bestuur was 2002 toch een bijzonder jaar. On-aangename en aangename gebeurtenissen. Wij hadden het wel zien aankomen, maar toch schrik je er van.  Herman Peters is goed ziek geweest en is nu aan het revalideren. Dat het beter gaat met hem getuige weer de ontvangst van zijn nieuwjaarskaart  Geschreven met de hand en weer vergezeld  met de nodige documentatie. Zoals hij dat in het verleden heeft gedaan, zich steeds heeft ingezet voor vrede en gerechtigheid, voor alle mensen.

In 2002 hebben wij ook weer dankbaar gebruik kunnen maken van de diensten van verschillende mensen. Zonder iemand te kort te willen doen, denk ik toch in het bijzonder aan Yoko Huys. Ondanks haar eigen drukke leven, stond ze altijd voor ons klaar. Wij zullen haar in 2003/2004 erg missen.

In 2002 hebben enkele mensen, aangesloten bij onze Stichting, een reis naar Japan gemaakt.  Hiervoor is ons bestuur,  Stichting E.K.N.J zeer erkentelijk.

Ook positief is te noemen dat er wat meer contacten zijn met de Japanse ambassade in Den Haag.

Wij mogen terug kijken op een jaar waarbij weer heel veel emoties en activiteiten hebben plaatsgevonden. Ook verheugend is te mogen vast stellen dat, weliswaar met wisselende stemmingen, steeds maar weer plannen worden gemaakt naar de toekomst.

Het vuur is nog steeds niet gedoofd en ons blik richt zich meer en meer naar de toekomst. Naar de jeugd zowel  in Nederland als In Japan.  Immers zij zijn het die verder moeten.

 Op zoek en zorgen voor zo veel mogelijk   “Vrede en Gerechtigheid”, “Justice and Peace “.
Richard Volckmann
Voorzitter Stichting Sakura

 

Ontmoetingen voor wederzijds begrip en vertrouwen

Nijkerk, 29-06-2002.

(Samenvatting)

Dialoog Nederland – Japan
Welkom allen, die hier aanwezig zijn. Bedankt voor deze uitnodiging.

Mijn naam is Nanny Namiko Gerressen, bestuurslid bij Stichting Sakura. We zijn tweede generatie kinderen van Japanners en Indische/Hollandse moeders. Sakura staat buiten de zoekactie naar onze vaders, voor hulpverlening van traumatische ervaringen en erkenning dat we oorlogskinderen zijn.
En ik ben Yoko Watanuki, een goede vriendin van haar.
Onlangs zijn wij samen met Olga in Japan geweest en over onze ervaringen, willen wij u wat vertellen. Maar het gaat niet zomaar: naar aanleiding van het thema van vandaag “de verwerking van het oorlogsverleden in Nederland en Japan”, gaan we om de beurt proberen uit te leggen over de gevoelens die Nanny gehad heeft en over de reacties en de gedachten van Japanse mensen die ik gemerkt heb.

Motivatie van de reis naar Japan
Yoko:   Ik heb in 1993 voor het eerste kennis gemaakt met een groep mensen die naar hun eigen Japanse vaders op zoek waren. Ze zijn tijdens en direct na de Japanse bezetting in Indonesië geboren. En een van hen is Nanny. Ik was toen heel erg verbaasd en geschrokken om het bestaan van die mensen te weten te komen. Tegelijkertijd schaamde ik me zeer dat ik het nog nooit geweten had. En nog meer schaamte, dat was dat Japanners, naast uitoefening van de afschuwelijke oorlog zelf, de geboorte van ontelbare kinderen veroorzaakt hebben.
Sindsdien ben ik een van de vrienden van hen geworden als 100 procent Japanse en doe ik mee met verschillende activiteiten in kader van onder anderen de poging om overwinning van de erkenning van hun bestaan en de culturele uitwisselingen.
In 1997 kwam de Japanse Kardinaal Shirayanagi voor het eerste in dit land voor verzoening met de oorlogsslachtoffers.
In de ontmoetingsruimte stond Olga. Ze was heel erg ontroerd om hem te zien, omdat ze tijdens de oorlog als een Duitse-Nederlands kind in Japan gewoond heeft en omdat ze zeer sterke verlangen naar Japan had.

Olga: Toen de 2e WO uitbrak woonde Olga met haar familie in Deli, tabaksland, op Sumatera. Omdat zij de Duitse nationaliteit hadden werden de mannen geïnterneerd naar Brits-Indië en de vrouwen en kinderen op transport gezet naar Duitsland. Door de oorlogssituatie kwamen de schepen in Japan terecht en konden niet verder. Plannen waren om naar Wladiwostok te varen en via Siberië/Rusland terug te gaan naar Duitsland.

Tijdens het verblijf in Kobe tot 1947 heeft Olga diverse bombardementen van Kobe meegemaakt. Maar ze heeft tegelijkertijd een zeer diepe indruk gekregen van prachtige kersenbloesem, rode azalea, en nog wat van hele schitterende omgeving. Dat koesterde ze al jaren lang. Haar emotie werd steeds onhanteerbaar en een beetje zorgwekkend vooral nadat haar man een paar jaar geleden stierf. In het vorig najaar heb ik besloten om samen met haar in het voorjaar van 2002 naar Japan te gaan, vooral naar Shioya, een deel van Kobe, waar ze heel graag terug wilde gaan. Daarmee hoopte ik dat ze min of meer innerlijk rust zou krijgen. Ze werd meteen ontzettend enthousiast en beloofde haar best te doen om genoeg geld te sparen. Later had ik Nanny gevraagd of ze met ons mee wilde gaan, zodat ze meerdere kanten van Japan kon zien. En het zou misschien een kans geven om haar ellendig verleden nog verder te kunnen verwerken, dacht ik.

Nanny: Het is niet mijn eerste reis naar Japan. In 1995 ben ik met een TV ploeg op zoek gegaan naar mijn Japanse Vader. Toen was de reis zwaar beladen met emoties en angsten. Wat zal ik vinden? Was mijn vader misschien een oorlogsmisdadiger, hoe zal hij zijn en hoe zal hij op mij reageren? Weet hij dat mijn broer en ik bestaan? Allemaal vragen, die toen niet werden beantwoord.

Helaas konden wij door de aardbeving in Kobe in dat jaar niet verder reizen en zijn alleen in Tokyo en Yokohama geweest.

Het stukje traumatische ervaringen uit mijn jeugd heb ik een plaatsje kunnen geven na jaren lange therapie. Waarschijnlijk daardoor heb ik deze reis heel anders ervaren; minder beladen. Ik heb alles gewoon op mij af laten komen.

Verder is belicht.

Voorbereiding – aankondiging en de hulpaanvragen
Ervaringen in Japan
Kobe en Osaka
Kyoto
Tokyo
 

Tenslotte
De indrukken van deze reis kan niemand ons meer afnemen. Een reis met veel emoties en vriendelijke, liefdevolle, gastvrije ontmoetingen. Dankzij Yoko-san is het een echte kennismaking met mensen, land en cultuur geworden. Kortom een echte verwerkingsreis.
Conclusie van deze reis na zoveel weken weer thuis te zijn is; zoals ik al in Japan zei:
“Ik schaam mij niet meer half Japans te zijn. Ik mag er trots op zijn”
Geen enkele kind is schuldig. Niet het kind van een moordenaar, niet een kind van de vijand, of van ouders die om welke redenen dan ook foute keuzes in hun leven hebben gemaakt. Daarom voel ik mij in Japan net zo thuis als hier in Holland. Twee van mij drie “Identiteiten” zijn op hun plaats.
Nu nog mijn geboorteland, waar ik mij helemaal niet “thuis”  voel.
Yoko:   Het is inderdaad echt de moeite waard geweest. We zijn alle drie heel erg tevreden met wat we meegemaakt hebben in Japan. Vooral in het rustig platteland zouden we heel graag langer willen blijven. Daar hadden we echt innerlijke vrede kunnen voelen.
We zijn al de mensen die ons geholpen hebben en ons vriendelijkheid en warmte hebben gegeven natuurlijk heel erg dankbaar. Tot onze verbazing werd ons door sommige vrienden die we helaas niet direct konden ontmoeten wat zakgeld en bijdragen voor de reis toegestuurd. Zonder hen hadden we geen mooie reis kunnen maken; een reis die allerlei mogelijke contacten met gewone lokale mensen in stand heeft gebracht, is zeker goud waard. Door deze ervaringen zou men juist kunnen voelen en begrijpen wat voor mensen Japanners zijn.

Wanneer je Japan bekijkt als een gehele massieve maatschappij, dan zou je misschien snel teleurgesteld raken door haar conservatieve en inflexibele constructie vooral in politiek. Maar van individuele mensen krijg je toch een andere indruk. Op een plek waar we samen zijn proberen ze zo goed mogelijk hun best voor je te doen. Dat hebben we goed gemerkt. Daar zijn we ontzettend dankbaar voor!

Ik geloof ongetwijfeld dat onze reis wederzijds een goede effect gegeven heeft. Met andere woorden dat niet alleen wij, maar de Japanse mensen die we tijdens de reis ontmoeten hebben, een diepe indruk van Nanny en Olga gekregen hebben. Ze waren blij en dankbaar voor deze bijzondere ontmoeting.
Sommige hebben geschreven, “Mijn ogen zijn door jullie weer geopend. In het dagelijks drukke leven in Japan, vergeet je de buitenwereld te zien; Maar door het bericht over jullie reis naar Japan heb ik weer een impuls gekregen om wakker te blijven.”
De schoonmoeder van mijn vriend in Kyoto schreef in haar brief: “Ik ben erg blij dat de gevoelens van Nanny en Olga ten opzichte van Japan verbeterd is. Ik maak me soms erg zorgen of het goed met Japan zal gaan in de toekomst vanwege de weinige erkenning van de oorlogstijd toen we allemaal ellendig en bedroefd waren. Dat zou gedeeltelijk aan mijzelf liggen, want in het verleden had ik altijd vermeden om over de afschuwelijke ervaringen te praten. In plaats daarvan probeerde ik leuke dingen te vinden in ons leven. Ik deed gewoon alsof er niets aan de hand was. Maar na de ontmoeting met jullie besef ik nu dat deze manier van leven toch niet ideaal was geweest….”
We hopen dat andere mensen van de tweede generatie Japanse nakomelingen ook een kans zullen krijgen om met hun eigen ogen hun tweede vaderland, Japan te mogen zien. En tegelijkertijd hoop ik dat meer Japanse mensen hen zullen ontmoeten om hun wereld te kunnen verrijken. Het is een zeer leerzaam proces voor beide kanten, daar twijfel ik niet aan. Daar zullen zeker wederzijds begrip en vertrouwen voor de toekomst gaan groeien en bloeien.
 Nanny: Na dit alles verwerkt en een plaatsje te hebben gegeven, zal ik mij samen met Sakura, zuster / vrienden organisaties wederom inzetten voor vriendschap en samenwerking tussen Nederland en Japan op het gebied van cultuur etcetra. Rest mij nog Yoko-san en alle Japanse “vrienden” te bedanken voor deze fijne reis, ook namens Olga.    

Arigato gozaimasu…
Nanny Gerressen-Dirven en Yoko Huys-Watanuki

 

Geachte aanwezigen,

(Uitgesproken tijdens de recente reis in Japan)

  Mijn naam is  Max  Margés , ik ben in 1946 in Bandoeng in Indonesie geboren uit een relatie van  mijn moeder met een Japanner, zoals U wellicht aan mijn ogen zult kunnen zien.

De oorlogsjaren hebben zowel bij mijn moeder als bij mijn stiefvader, die beiden van Nederlands-Indische afkomst zijn, diepe littekens achtergelaten, waarover zij met mij echter nooit spraken.

Na hun beider overlijden ben ik achter mijn Japanse roots aangegaan.

En hier sta ik dan midden in Japan, het land van de rijzende zon , van mijn biologische vader en zijn familie, die ik inmiddels met behulp van Sakura heb gevonden.

Helaas is mijn pa al in 1981 overleden, maar met mijn halfbroer en halfzus onderhou ik nu een regelmatig contact.

Ik ben opgegroeid in een Nederlands-Indische cultuur. Mijn Japanse roots werd door mijn ouders en mijn familie tijdens mijn leven doodgezwegen. Deels vanuit een vijandbeeld en deels uit menselijke schaamte verklaarbaar.

Met het meemaken van deze Japanse reis hoop ik  het laatste stukje Japanse puzzel, dat “leven” heet, op de juiste plaats te kunnen leggen.

En wat ik tot nu toe over Japan gezien, gehoord en gelezen heb zal dat samen met deze reis wel goed komen, daar heb ik het volste vertrouwen in.

Mede namens de overige reisgenoten van Sakura, JIN en EKNJ spreek ik onze bijzondere dankbaarheid uit aan de MOFA voor het organiseren van deze Japanreis 2002 . Deze reis zal een grote betekenis van onschatbare waarde in ons leven vormen, daar ben ik van overtuigd.

Ik wil ook een bijzonder dankwoord uitspreken voor U en alle mensen hier in Japan, die voor de praktische uitvoering en invulling van deze reis en voor de hartelijke ontvangst zorgdragen

Onze bijzondere dank en complimenten gaan hierbij ook uit naar EKNJ, in de personen van Paul Niessen en Carry Winkler, onder wiens paraplu 3 leden van Sakura voor de eerste keer deze reis mee kunnen maken.

Tot slot spreek ik de hoop en de wens uit, dat de verstandhouding en samenwerking tussen EKNJ, JIN en Sakura zal worden gestabiliseerd en nog verder zal worden uitgebouwd in het belang van al hun leden.

Waarbij ik dan ook tevens hoop, dat medelotgenoten ook de kans zullen krijgen deze prachtige Japanreis voor de verwerking van hun verleden in de toekomst mee te mogen maken!  

VERTROUWEN

Elkaar vertrouwen,

Een relatie opbouwen

Elkaar leren kennen,

Soms wat extra verwennen,

Elkaar respecteren, van de ander leren.

Dan maakt tot besluit,

Elkaar in ras, geloof,of stand niets uit.

Levensmenu

Als voorgerecht

Is begrip niet slecht

Als tussen gerecht,

Komt luisteren terecht.

Als hoofdgerecht,

Zou verdraagzaamheid goed zijn

Als nagerecht, liefde voor iedereen, groot en klein

Drink hierbij de wijn zonder opsmuk

Van het goede jaar, de wijn van het

Levensgeluk

Zandkorrel

Elke zandkorrel

heeft een levensverhaal

Elk mens

heeft wel eens een zandkorrel

in de hand

De woestijn en de zee luisteren mee.

De gedichtjes zijn van Jan Jense (sneldichter en kunstenaar)uit Delft.

Uit: Een tijgerbolletje kan ook wild zijn

ISBN 90-5166-736-1

Zen-parabel.

Ryokan woonde in een hutje aan de voet van een berg en leidde daar een uiterst eenvoudig leven. Op een zekere nacht echter brak een dief bij hem binnen, maar hij ontdekte spoedig dat daar geen buit te vinden was. Net  toen hij weer wilde wegsluipen, ontwaakte Ryokan en greep hem vast. ‘Het is niet onwaarschijnlijk dat gij een lange weg hebt moeten afleggen om mij dat bezoek te kunnen brengen,’ zei hij tot de dief, ‘en ik zou het dan ook jammer vinden mocht gij met lege handen moeten vertrekken. Neem asjeblieft mijn kleren mee, als een geschenk.’ De inbreker was verbijsterd, greep de kleren en rende weg. Ryokan zat spiernaakt voor zijn hutje en staarde naar de maan. ‘Arme drommel,’peinsde hij. ‘Ik wou maar dat ik hem die mooie maan had kunnen geven.’ Ryokan.

 

Aan alle lotgenoten en vrienden van “Stichting Sakura”

Hoe gaat het nu met jullie allen, ik hoop dat jullie allen gezond zijn!
Er werd mij t.z.t. toen gevraagd of ik ook wat wou schrijven voor het Sakura Bulletin.
Nu, laat mij dan mijn verhaal noemen:

 “Een gezegend kind”  De kennismakingsdag j.l. 11 mei in Zevenaar, vond ik erg gezellig, zó veel vreemden maar toch vertrouwde gezichten, ieder met zijn/haar eigen achtergrond.

Ik heb genoten van de vakantieverhalen, en belevenissen in Japan, en de persoonlijke gesprekken waren van sommige ‘erg’ emotioneel en triest!
Kortom het heeft héél véél met mij gedaan en het heeft daarom even zijn tijd moeten hebben om het allemaal te plaatsen.
Mijn moeder heeft mij totaal alleen opgevoed zonder ouders of familie, ze heeft het vanaf mijn geboorte niet makkelijk gehad, maar juist daarom is onze band zó hecht!

En na 3 lange (ziekenhuisjaren) voor haar, van operatie na operatie, en voor mij 3 lange jaren in een kindertehuis “Haarlem”…. Waren wij eindelijk samen!

Wij hebben dat ook samen intens beleefd en van genoten!

Mijn moeder heeft  mij met een “Groot Geloof”, en vertrouwen opgevoed!

En in mijn tienertijd wat persoonlijke dingen toevertrouwd over ‘die tijd’.
Het was niet bar veel, maar toen was dat genoeg, en pas 3 maanden voor haar overlijden heeft ze mij méér toevertrouwd.

En nu begrijp ik veel meer, en past alles beetje bij beetje, als een puzzel in elkaar!

Ik besef en begrijp dat ik een bofkont ben; doordat ik zoveel liefde heb gekregen voel ik mij een “Gezegend kind” 

Ik moet er zijn !!

Het maakt niet toe “hoe” je op deze wereld bent gekomen, maar wel wat je ervan maakt!
To be or not to be !

Hartelijke groeten  en een dikke tjioem van één van jullie lotgenote Joke (Joshi) Stephan-Gout.

PS Helaas heeft mijn moeder ál haar speciale eigendommen (meegenomen), begraven of zo!

Zij had een foto van mijn biologische vader. Het zij zo!
Spijkenisse, juli 2002.

 

Voor u gelezen in
Door: Simone van Driel
Nijkerk

“ Ik schaam mij niet meer half Japans te zijn. Ik mag er trots op zijn”, zei Nanny Gerressen- Dirven. Aan het eind van haar verhaal klonk applaus.

In een zaal in Nijkerk werd zaterdag een nieuwe handreiking over Japans-Nederlandse muur een feit. Dat in een gezelschap van slachtoffers van de Japanse terreur in Indonesië ruimte is voor kinderen van “de vijand” zou volgens Peter Slors nog niet zo lang geleden ’onbespreekbaar’ zijn geweest.

Het verhaal over Gerressens zoektocht naar haar vader paste in het thema van de vijfde ‘Conferentie Nederland-Japan’, waarvan Slors dagvoorzitter was: de verwerking van het oorlogsverleden in beide landen. Haar reis door Japan bracht haar geen centimeter.

“We aten wat we vonden, gras, slangen, muizen”, vertelt Shiro Okuno in de documentaire ‘Oude pijn in Nederland en Japan’, waarvan tijdens de bijeenkomst fragmenten werden vertoond. De man vertelt het na aandringen en lijkt te stikken in de worsteling met wat hij wel en niet wil zeggen. Okuno was voorbestemd om in de Tweede Wereldoorlog als kamikazepiloot een ‘heroïsche’ dood te sterven.
In plaats daarvan werd hij als krijgsgevangene afgevoerd naar een kamp Oezbekistan. Conferentievoorzitter en documentairemaker Peter Slors vertelt in ‘Oude pijn’ tegen Okuno dat hij als kind met zijn moeder in een Japans kamp heeft gezeten. En dat hij ook slakken en bladeren moest eten. Verbijsterd ogende Okuno: “ Onvoorstelbaar toch? Dat ze zelfs kinderen…..”.

“Aan het eind van het gesprek met deze man heb ik hem gevraagd of hij zijn kinderen of kleinkinderen heeft verteld”, zei Slors.

“Het antwoord was nee. Zijn kleinkinderen wisten alleen dat hij tot kamikazepiloot was opgeleid. Maar hij zei:’Ik denk dat ik er vanaf nu over ga praten’.

Dat is het begin van iets waardevols”. 

Voor u gelezen in Leeuwarder Courant

Japan en Nederland moeten nog veel verwerken.

Ik schaam mij niet meer dat ik half Japans ben. Ik mag er trots op zijn’, zegt Nanny Gerressen-Dirven. Aan het eind van haar verhaal klinkt applaus. In een zaal in Nijkerk waren zaterdag slachtoffers van de Japanse terreur in Indonesië bijeen. Hier was ook ruimte voor kinderen van de “vijand”.

Dit laatste was volgens Peter Slors nog niet zo lang gelden ondenkbaar. Slors trad als dagvoorzitter op tijden de vijfde “Conferentie Nederland-Japan”. Thema: de verwerking van het oorlogsverleden van beide landen. Het verhaal over Gerresssen zoektocht naar haar vader past in dit thema. Haar reis door Japan bracht haar geen centimeter dichter op het spoor van de man, die haar verwekte maar gaf wel het gevoel dat ze thuis kwam.
Ze beseft nu bovendien dat ook Japanse burgers tijdens de oorlog hebben geleden. Drie miljoen doden, atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, gaten in ieders familie. Net als in Nederland was na de oorlog in Japan de eerste prioriteit overleven en wederopbouw.
Maar terwijl in Nederland langzaam aandacht kwam voor het geestelijk leed van veteranen, Joodse overlevenden en slachtoffers van de Jappenkampen, zijn oorlogstrauma’s tot op de dag van vandaag in Japan niet echt een onderwerp.

De 76-jarig Japanner Osamu Namba, gepensioneerd sterrenkundige die sinds 1964 in Nederland woont, verteld zijn gehoor in Nijkerk zijn ervaringen als jongen in het militaristische Japan onder de ‘wandelende God’,  keizer Hirohito. Nog geen veertien was hij toen hij zich aanmeldde bij de luchtmacht.
Vijf jaar later, bij het aanbreken van de vrede, vond hij dat zijn leven voorbij was, omdat hij nog geen schot had gelost en Japan zich, oh, schaamte, had overgegeven. “Maar uiteindelijk raakte ik er van overtuigd dat de keizer verantwoordelijk was voor de oorlog en de slachtoffers”.

Hij zong daarna nooit meer het Kimigayo (‘Lang leve de keizer’) dat drie jaar geleden het officiële volkslied van Japan werd. En zelden roert hij tijdens bezoeken aan Japan het leed aan dat Japan heeft aangericht Het is nog steeds een zeer gevoelig onderwerp.

Een eerlijk kijk van Japan op zijn geschiedenis is volgens veel Japanners een voorwaarde om tot verzoening te komen en belangrijk voor de jeugd herhaling te voorkomen. Ook nu nog in leren jongeren nauwelijks iets over de zwarte bladzijden in de geschiedenis.

De Japanse Yoko Watanuki hoorde pas toen ze in Nederland kwam wonen over Jappenkampen, misdaden en troostmeisjes. “Ik geloofde onmiddellijk dat het waar was. Maar wat ik niet kon geloven was dat ik nooit eerder had gehoord. Over de oorlog werd thuis alleen gepraat in termen van: het was een moeilijke tijd, maar ja verleden is verleden” (GPD)

Aan Yoko, Nanny en Olga
Vandaag heb ik nog eens jullie verhaal gelezen en nu wil ik graag mijn bewondering uitspreken voor de moedige onderneming door jullie drie-een om het verleden uit het duister te halen en elkaar ondersteunend een open weg naar de toekomst te vinden.

Fantastisch! Heel veel mensen zijn door jullie verhaal bemoedigd. Jullie hadden veel werk om het allemaal op te schrijven maar het was de moeite waard! Veel dank

Adrie Lindeijer.

Voor u gelezen in het W.F Dagblad

Anyda zoekt haar Japanse roots

Van Martijn Steinpatz.

Hoorn- het land roept dubbele gevoelens bij haar op Toch gaat Anyda van Ginkel (17) uit Hoorn voor vijf weken naar Japan. Op uitnodiging van de regering verblijft de Indische in een gastgezin in Nara. Zes juli vertrekt ze. “Ik wil meer over mijn achtergrond weten”.

Anyda heeft een vreemd gevoel over Japan. “Enerzijds fascineert het land me. Heden en verleden liggen zo dichtbij elkaar.

Tokyo heeft bijvoorbeeld de modernste flatgebouwen, maar daarnaast ook weer hele oude tempels. Dat contrast valt me vooral daar op. Aan de andere kant verafschuw ik het land vanwege zijn oorlogsmisdaden. |
Mijn oma zat in een Jappenkamp in Bandung. Ze heeft daar afschuwelijke dingen meegemaakt”

De secretaresse in opleiding aan het Horizon College vertrekt met negentien andere Nederlandse studenten voor vijf weken naar Japan.

Allemaal zijn ze kleinkinderen van kampgevangenen tijdens de Japanse bezetting van het voormalig Nederlands-Indie. De Japanse regering nodigt ieder jaar nazaten uit van oorlogsslachtoffers, om ze de positieve kant van het land te laten zien. De Overheid werkt daarbij samen met Youth For Undergstanding, een organisatie die studenten uitwisselt, om wederzijds begrip tussen landen te kweken.

Rancune. 

De Hoornse heeft geen rancune ten opzichte van Japanners. “Alleen wat er in de oorlog is gebeurd, keur ik af. Verder haat ik ze niet. De rest van de familie heeft dezelfde gevoelens. Voor ons is de Tweede Wereldoorlog een afgesloten hoofdstuk. Ze vinden het zelfs leuk dat ik ga. Het is de kans van je leven, zeiden ze” Anyda gaat om andere redenen op reis.

“ Mijn opa was een Japanner. Mijn oma heeft hem tijdens de oorlog leren kennen.

Samen zouden ze terug gaan naar zijn land. Maar ze besloot niet mee te reizen. Ik weet niet waarom. Mijn moeder probeert hem nog steeds te ontmoeten. Zij heeft diverse instellingen geraadpleegd om hem te vinden.Maar tot nu toe is het haar niet gelukt.
Kyoto

De studente gaat niet naar Japan om haar grootvader te zoeken. “ Ik denk niet dat ik hem zal vinden. Ik wil meer over mijn achtergrond weten.Ik weet weinig over de gewoontes en de cultuur, terwijl Japan door de familieband toch een deel van me is. Het is een soort leegte, die ik wil opvullen. Zie het niet als een innerlijke zoektocht, hoor. Ik ben gewoon nieuwsgierig”.

Op zes juli reis ze af naar Tokyo. “Daar krijg ik de eerste week een rondleiding. Verder bezoeken wij Hiroshima en Kyoto . In Hiroshima gaan we naar het monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van de atoombom, die aan het eind van de oorlog op de stad is geworpen. Verder bezoeken we de oude tempels in Kyoto. Na de tour worden we voor vier weken ondergebracht in verschillende gastgezinnen. Anyda verblijft in een gezin met drie kinderen in de stad Nara. Daar hoopt ze meer over haar achtergrond te weten te komen. “ Ik draai actief met het gezin mee. We eten samen en bidden samen en we gaan samen de stad in.
Hierover krijg ik een goed beeld van de samenleving”. Zenuwachtig is ze niet. “ Het enig probleem zal de taal zij.
k spreek geen Japans en zij kennen weinig engels. Tijdens de voorbereidingsdag heb ik wat zinnen geleerd. Bijvoorbeeld, hoe het eten smaakt. En ik hoorde dat de kinderen Engels op school hebben. Dus misschien valt het mee.
Inmiddels is  Anyda  al weer enkele maanden thuis. Volgens haar heeft ze een fantastische tijd gehad in Japan. Wij hopen jou reisverslag nog te krijgen, zodat wij in een speciale reiservaringen uitgave kunnen plaatsen.

Ingezonden door Olga Douwes.

Een bijzonder ontmoeting.
Met Benjamin, mijn zieke kat ben ik bij de dierenarts geweest. En wachtte daarna op de tram. De vorig avond belde Yoko mij op met de vraag of ik de volgende dag thuis was. “Ja, maar pas na half vier was mijn antwoordt “ Helaas voor Yoko zal dit pas later worden door vertraging van de tram. Door deze vertraging  kwam ik naast een Japans echtpaar met hun twee tieners dochters aan de praat. Goed kijken en horen naar de taal, die ze spraken, wist ik zeker dat het Japanners waren. IK vertelde hen, dat wij, drie vrouwen dit voorjaar naar Japan zijn geweest. Samen met Yoko werd het een fantastische reis. Ik vertelde hen, dat ik als kind de oorlogsjaren in Kobe, Shioya heb door gebracht. Die jaren in Japan was voor mij de gelukkigste periode geweest en daarom heb ik een band met dat land. Ik heb ook steeds heimwee naar Shioya. Maar het terug zien van deze stad was een teleurstelling. Alles was verandert, door oorlog en aardbevingen, vooral die van 1995. Ik heb wel direkt mijn “Olga heuvel” gevonden.. De houten huisjes waren er niet meer, alles was veranderd. Het deed zo, n pijn om “Olgaheuvel” terug te zien, zonder de bloeiende Sakurabomen. Die zijn er niet meer!

Nieuwe betonnen huizen, sommige mooi, lux, andere lelijke vierkante betonnen blokken.

De zee en het eiland in de verte waren er nog. De mooie tuinen niet. Maar dat was niet de hoofdzaak dat ik hem wilde vertellen. Het kontakt met kinderen van Japanners uit Indonesië, die op zoek zijn naar hun biologische vader. De st. Sakura, Het Comité Nederland – Japan, waar ik mijn vrienden heb gevonden. Bij St Sakura voel ik mij thuis.

Zij hebben mij onder hun vleugels genomen. Toen hij Sakura hoorde, vroeg hij of ik der. Namba kende.

Natuurlijk ken ik meneer Namba uit Utrecht. Ik vroeg hem of ze hem reeds hadden ontmoet.

Hun antwoord was ontkennend, Namba-san was ontzettend druk. Hoe was het mogelijk, zomaar bij de tramhalte. Nobuaski –san heeft hier een poosje gewoond en was hier op vakantie in Nederland.

En als ik de St Sakura op 14 aug. 1997 in Boxmeer niet had ontmoet, dan had ook niet al die fijne lieve vriendelijke mensen ontmoet.

Ik kwam pas om 1700 uur thuis, moest lopen, omdat de tram niet kwam. Voor Yoko, die reeds op de stoep was gaan zitten, was het een opluchting, dat er niets was gebeurd.

Domo harigato goseimas

Olga. 

Open brief

Bij deze wil ik deze brief publiceren zodat andere instellingen begrijpen, wat zo, afwijzing voor toenmalige kinderen van de tweede oorlog betekent.

  Geachte Dames en Heren,
Vandaag heb ik uw brief ontvangen. Ik wik mevrouw C. v/d.C niet in diskrediet brengen.

De eerste keer dat zij bij mij kwam, zei zij; “u hoort niet tot de doelgroep, omdat u geen vervolgde bent en niet in een Japans kamp heb gezeten en dat u aan de foute kant stond. 

Dit laatste heeft mij heel erg veel pijn gedaan. Ik wil uiting geven van mijn gevoelens en laaiende woede over deze afwijzing van hulp.
Ik wil geen gebruik maken van uw instelling. Maatschappelijk Werk, Oorlog en Geweldgetroffenen.
Ik was in de Tweede Wereldoorlog een kind van een Duitse vader en een Indische-Hollandse moeder uit voormalig Indie ( Indonesië)

Mijn ouders zijn door huwelijk en geboorte en misschien hebben ze een verkeerde politieke keuze gemaakt, maar daarom zijn wij, kinderen uit Indie niet aan de foute kant. En daarom mag aan deze kinderen, nu volwassenen van oudere leeftijd geen hulp geweigerd worden.

Wij hebben geen schuld. Wij kinderen hebben de oorlog niet veroorzaakt.

Mw. C.v/d C was wel zo menselijk om naar me toe te komen en dat vind ik erg moedig en vriendelijk van haar. Ik krijg hulp en begrip van een lotgenotengroep van St. Sakura en van St. Pelita. St. Pelita is voor mensen, die uit Indie komen. Nee, nee met uw instelling wil ik geen kontakt hebben.
Wat mij heel erg grief is dit: “ Mensen die slachtoffer zijn van rampen zoals in  Enschede, Bijlmermeer en Kolendamp, daar staat een grote groep hulpverleners klaar om hen te helpen en bij te staan. En  zo hoort het ook. Maar wij voormalig kinderen van de Tweede Wereldoorlog worden door uw instelling in de kou gezet.   

Dit heb ik opgeschreven, want dit neem ik u heel erg kwalijk, dat er toch na zovele jaren, wij in de steek worden gelaten en dat noemt zich Maatschappelijk Werk en Hulpverlener.
Met groeten,
Olga Douwes- Von Bruning   

Voor u gelezen in Contactblad Stichting 1940-1945

Uit “Wij dragen de tranen”

Van Minka Kaszo

Wij dragen de tranen

Die nooit zijn vergoten

Door de sterke ouders

Die de onze waren

Zij leerden ons zwijgen

Verdriet weg te stoppen

Wij moesten steeds flink zijn

Zoals zij immers ook

Zo groeiden wij op

verkrampt maar altijd sterk

want dat sprak toch vanzelf

je hoeft niet te huilen

zeker niet om jezelf

dat doen wij toch ook niet

en wij hadden het slecht

jullie hebben het goed

nog harder werken helpt

tegen iedere kwaad

laat vroeger

maar rusten

dat is al lang voorbij

draag je kleine verdriet

wij kennen het grote

hoe bedoel je: trauma’s

die zijn er immers niet

als je wist hoe het was

hoe het echt is geweest

dan zou je zwijgen

en zeker nooit huilen

om wat je niet snap

Ministerie van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

t.a.v. de heer Drs. M.P. van Gastel

Postbus 20350

2500 EJ Den Haag

Amsterdam, 28 november 2002

Geachte heer Van Gastel,

Sinds een aantal jaren functioneert het – totnogtoe door het ICODO gecoördineerde – Platform Naoorlogse Generatie waarin onderstaande organisaties deelnemen die zich alle onder meer bezighouden met belangenbehartiging van directe of indirecte oorlogsgetroffenen. Het Platform heeft zich voorgenomen om, naast kennisname van elkaars – door de oorlog mede bepaalde – specifieke achtergronden en de uitwisseling van ‘eigen’ ervaringen, ook aandacht te besteden aan gezamenlijke organisatie-overstijgende belangen en om de diverse verworven ‘eigen’ inzichten breder uit te dragen.  

Tijdens de vergadering van het Platform op 6 november jl., signaleerde de heer J. Lamboo van Stichting ICODO dat op 10 december a.s. onder auspiciën van het Ministerie van VWS een Werkconferentie zal worden gehouden onder de titel “Herdenken, vieren en leren”, met als thema “Toekomst beleidsveld oorlogsgetroffenen, nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen”.

Als vertegenwoordigers van vrijwilligersorganisaties van direct betrokkenen willen wij enkele zaken en ontwikkelingen uit althans een deel van “het veld” onder uw aandacht brengen:

1)       Onze vrijwilligersorganisaties zijn alle opgezet door ‘kinderen van’ (verschillende achtergronden) vanuit de behoefte aan herkenning en erkenning. Dit heeft geleid tot een proces van intensieve zelfhulp waarbij het van en aan

2)       elkaar leren centraal stond en waardoor het voor velen mogelijk werd meer afstand te nemen van het ‘slachtofferschap’. Op dit moment tekent zich de ontwikkeling af dat veel vrijwilligers in staat zijn om ‘nieuwe’ lotgenoten op te vangen en zo naast de professionele hulpverlening een wezenlijke bijdrage te leveren aan hun verwer-kingsproces.

3)       De laagdrempeligheid van onze vrijwilligersorganisaties draagt ertoe bij dat mensen voor wie de stap naar de professionele hulpverlening in eerste instantie te groot is, via ervaringen in lotgenotencontacten hun hulpvraag kunnen formuleren. Sommigen blijken hun problematiek op ‘eigen’ kracht te kunnen verwerken, anderen worden gaandeweg in staat gesteld met succes te zoeken naar voor hen adequate professionele hulp. Er is met andere woorden sprake van een soort ‘preventieve’ werking van onze organisaties en wel in dubbel opzicht: sommigen belanden niet in enig hulpverleningscircuit, anderen maken kans op een meer toegesneden vorm van hulpverlening die hen van een langdurige therapie-zwerftocht vrijwaart.

Naast deze door ons als positief gewaardeerde ontwikkelingen en processen – waar ook zeker bij hoort de maatschappelijke herkenning en erkenning van onze achtergrond-specifieke ‘eigen’ aardigheden – signaleren we juist bij de overheid een ontwikkeling waarbij de aandacht voor ‘onze’ problematiek met het verstrijken van de tijd eerder af- dan toeneemt vanuit de kennelijke behoefte eindelijk een ‘punt’ te zetten achter de oorlog.

Zo ontvangt het grootste deel van onze organisaties geen of slechts indirect enige vorm van subsidie, terwijl wij toch duidelijk ‘kostenbesparend’ werken op uw beleidsterrein. De sluiting van de WUV tien jaar geleden bracht voor de naoorlogse generatie een pijnlijke ongelijkheid met zich mee voor mensen die onder dezelfde omstandigheden te lijden hebben (gehad). 

De plannen van het demissionaire kabinet met betrekking tot de WAO – om een laatste voorbeeld te noemen – zouden bij uitvoering opnieuw een deel van onze mensen onevenredig zwaar treffen. ‘Onevenredig’, omdat erkenning en herkenning van het gegeven dat oorlog en de transgenerationele doorwerking daarvan tot problemen kan leiden, op zichzelf al iets is dat bevochten moest en moet worden.

In het licht van het bovenstaande en vanuit onze directe betrokkenheid op ontwikke-lingen binnen uw beleidsveld had het Platform Naoorlogse Generatie graag in enigerlei vorm willen participeren in uw werkconferentie. Wij nemen aan dat het Platform op de hoogte gesteld kan worden van de uitkomsten op hoofdlijnen van de conferentie en stellen u voor om bij een eventueel volgend beraad, dan wel bij de nadere uitwerking van genoemde uitkomsten een divers samengestelde afvaardiging van het Platform als geprekspartner uit te nodigen.

U succes toewensend zien wij met interesse uw reactie op ons schrijven tegemoet en verblijven wij, namens de organisaties als in de bijlage vermeld,

Hoogachtend,

Pierre Goossens [bestuurslid en secretaris werkgroep INOG (Indische Naoorlogse Generatie) van vereniging Kinderen van Japanse Bezetting en de Bersiap 1941-1949]

Dr. Marcel S.F.Kemp [bestuurslid Herkenning, voorzitter Contactgroep KDM]

Drs. Emilie van Leeuwen [voorzitter Stichting Belangenbehartiging INOG

Correspondentie-adres:

Mevr. Drs. E.van Leeuwen

Henri Polaklaan 6 J

1018 CS Amsterdam

Bijlage: organisaties waarvan de besturen de tekst van bovenstaande brief onderschrijven.

Bijlage.  Organisaties die participeren in het Platform Naoorlogse Generatie:

Contactgroep Kinderen Duitse Militairen [CKDM]

Stichting Belangenbehartiging Indische Naoorlogse Generatie [INOG]

Stichting ICODO

Stichting KOMBI

Stichting Sakura

Stichting Werkgroep Herkenning

Vereniging Bevrijdingskinderen

Vereniging Japans-Indische Nakomelingen [JIN]

Vereniging Joodse Naoorlogse Generatie [JONAG]

Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers

Werkgroep INOG, van de KJJB ’41-‘49

Reisverslag Japan 6 juli t/m 10 augustus

Toen ik voor het eerst hoorde van mevr. Gerressen dat er beurzen waren om voor 5 weken naar Japan te gaan, wist ik niet wat ik ermee moest. Het zijn beurzen voor kinderen van 16 t/m 18 jaar waarvan de (over)grootouders in een Japans kamp in Indonesië gevangen waren. Familie, kennissen en vrienden moedigden mij aan om me op te geven voor deze unieke kans. Helaas was het me de eerste keer niet gelukt om een beurs te winnen. Eigenlijk wist ik toen helemaal niets van Japan. Ik was toen helemaal niet bezig met mijn achtergrond. Ik zag het eerst als een gratis vakantie naar een ‘onbekend’ land. Totdat mijn moeder meer over haar achtergrond wilde weten. Ik werd door haar ook meer nieuwsgieriger naar het land, de cultuur, de taal en ook mijn opa. Dit jaar had ik het weer geprobeerd om een beurs te winnen naar Japan. Dit keer niet voor de vakantie, maar voor mijn achtergrond waar ik meer over wilde weten.   

Ik heb twee keer formulieren met opdrachten gekregen die volledig ingevuld moesten worden. Je moest o.a. je eerste brief aan je gastgezin schrijven, vertellen wat je weet over de oorlog, waarom je naar Japan wilt en niet naar een ander land zoals China, enz.

Elke ronde vallen er mensen af. En niet zo’n klein beetje ook, ik heb gehoord dat er zo’n 150 mensen zich aangemeld hadden. Twintig van die mensen winnen een beurs.

Elke keer werd ik toegelaten naar de volgende ronde. Eerst voor een interview met iemand van de YFU (Youth For Understanding) en iemand die naar Japan is geweest en daarna voor een interview op de Japanse ambassade (in het Engels) met de mensen van de ambassade, de directeur van YFU en de oprichter van YFU. Ze vroegen alleen maar een aantal dingetjes van de formulieren die ik in had gevuld, die ze iets preciezer wilden weten. Uiteindelijk zou je 1 of 2 weken erna te horen

krijgen of je gewonnen had. Na ongeveer een week belde de directeur op om persoonlijk tegen mij te zeggen dat ik naar Japan mocht. Ik was dolblij natuurlijk!

We hadden 2 weken voor vertrek een voorbereidingsdag met de hele groep. Daar kregen we wat meer informatie over de gewoontes in Japan. Je kan namelijk heel snel onbeleefd zijn, zonder dat je het merkt.

 Op 6 juli gingen we dan naar Japan. De NCRV en e directeur van YFU gingen gezellig mee. Zij zouden alleen de eerste week meegaan met de rondreis.

We zouden eerst naar Tokyo gaan. Daarna naar Hiroshima en dan naar Kyoto. We verbleven in luxe hotels. We werden elke ochtend om 7.00 uur wakker gemaakt met een ‘Wake-up call’, omdat niet iedereen altijd op tijd kwam. Overdag bezochten we verschillende tempels en Shrines. We leerden onderweg Japanse liedjes van de gidsen.

We gingen met de bus de hele stad door. Ik merkte ondertussen dat fietsers gewoon op het voetpad rijden. Op de voorbereidingsdag werd er al verteld dat wij ook het beste op de stoep kunnen fietsen, omdat Japanners gevaarlijke autorijders zijn.

In Hiroshima had de gids een geluksbriefje getrokken. Er stond op dat er iets kwijt is en dat je dat terug zal vinden in het water of in de zee.

Toevallig was ik mijn shampoo kwijt. Gelukkig had ik het de volgende dag weer teruggevonden, maar iemand dacht dat ik het in m’n badkuip terug had gevonden! We hebben ook iets geleerd over de 3 dingen wat Japanse vrouwen van Japanse mannen eisen:

1. of hij een hoge opleiding heeft… universiteit

2. of hij financieel goed zit

3. of hij bereid is om de ouders in huis te nemen

 ‘s Avonds kregen we 5-gangendiners. Niet iedereen van onze groep lusten iets van vis of iets anders. De obers halen je bord pas weg als je bord leeg is. Het avondeten duurde dus elke keer ongeveer 3 uur. Daarna gingen we met z’n allen een rondje lopen in de stad. Ook al wisten we af en toe niet waar we heen gingen.

Op de dag toen we naar onze gastgezinnen gingen, stonden er al een aantal gastouders beneden bij de receptie van het hotel. Ik zag mijn gastvader al met 2 vlaggetjes waar ‘Welcome Miss Anyda’ op stond.

Bij hem stond mijn contactpersoon voor de vier weken dat ik in Japan zit. We namen allemaal afscheid van elkaar voordat we weggingen.

Bij het gastgezin had ik elke dag wat te doen. Ze hadden gelijk al een aantal dingen gepland. Mijn gastvader vertelde altijd de avond ervoor wat ik de volgende dag ging doen. Hij deed dat met behulp van briefjes met de vertrektijden erop, met wie ik ging en waarheen.

Ze vroegen niet veel over mijn afkomst of waarom ik naar Japan ben gekomen, maar ze leenden wel veel boeken uit de bibliotheek over Anne Frank en woordenboeken van het Japans naar het Indonesisch of Nederlands of andere talen.

In de gang van het huis hadden ze A-4tjes waar met grote letters ‘Van Ginkel, Welcome Miss Anyda’ stond. Daarboven hingen de vlaggen van Nederland en Japan.

De buren waren ook erg nieuwsgierig en de vriendinnen van mijn gastzussen ook. Ik werd best wel vaak uitgenodigd om dvd’s te kijken of mijn buurmeisje Engels te leren. Ze had een extra werkschrift om haar Engels te verbeteren. Ze vroeg me daarbij te helpen. Ik liet haar eerst raden en dan gaf ik het antwoord met uitleg erbij. Ze zeiden dat er om de hoek een Indische vrouw woont. Ik heb haar maar heel even gezien en toen werd ik geroepen voor het avondeten. Na een week vroeg mijn gastzus of ik wel vis lustte. Ze vonden het gelukkig niet erg dat ik dat liever niet at.

Een vriend van mijn gastzus heb ik ook ontmoet. Hij kon vrij goed Engels, maar hij vond het ook wel leuk om Duits te praten. Mijn gastzus begreep er toen helemaal niets meer van.

De eerste dag op school werd ik voorgesteld aan leerkrachten, mijn mentor en de directeur van de school. Ik moest daarvoor om 6.00 uur opstaan en om 7.00 uur de trein halen.

Het duurde ongeveer 1.5 uur voordat ik bij school was. Wat mij opgevallen is in de trein, is dat de conducteurs die af en toe door de trein lopen, altijd een buiging maken bij elke schuifdeur van elke treinwagon en ze mompelen ondertussen wat als ze door de trein lopen.

Mijn gastmoeder ging mee en mijn contactpersoon was er ook bij. Ze zeiden dt ik me moest voorbereiden op een toespraak in het Japans bij de afsluitceremonie.

Twee minuten later zeiden ze dat ik me over 5 minuten moest voorstellen in de lerarenkamer. De directeur zei dat ik me niet zenuwachtig hoefde te maken, omdat de meeste leerkrachten toch geen Engels verstaan.

Een aantal dagen erna zat ik in de klas en moest ik me weer voorstellen, maar dan voor de hele klas. Ze vonden het geweldig dat ik er was, maar ze begrepen niets van wat ik zei. Ik stond er op school bekend om dat ik een Japanse opa had, dat ik zoveel talen sprak en dat ik op deze leeftijd al op college zit.

Als ik niets te doen had gingen Eve (een Amerikaans meisje die daar op school zit) en ik naar de personeelskamer om te internetten of de leerkrachten namen ons mee naar een tempel of winkelcentrum. Later op de dag werd ik altijd door iemand weer naar huis gebracht.

Doordat ik 5 weken in Japan ben geweest en bij een gastgezin heb gewoond heb ik veel geleerd van de cultuur. Ik heb nu nog steeds contact met mijn gastgezin, leerkrachten, buren en vrienden. Ze vertellen me veel over dingen die daar gebeuren en sturen foto’s op.

De school heeft nog als laatste herinnering mijn ervaringen in Japan in de schoolkrant gezet met een foto erbij.

Anyda van Ginkel.

Boeken
Frank Neijndorff

A Backward Glance

My youth in the Dutch East Indies 1929-1949

(first english edition –2002, translated by I.M Dumpel)

ISDN 90-805567-3-4
Standing still at the 65-year-old milestone of your path of life and realising that looking ahead full of hopes is no use anymore. Then the right time has come to look back and draw up the balance of your life.

 Memories of a youth in the Dutch East Indies, carefree days where each day was different and when peace was taken for granted. Then the memories of the abrupt end, war, demolition, death. And finally the victory and survival that now give you the chance to look back and to know that the monthly Old Age Pension entering on your giro account just is an addition to the richness you carry with you. If you dare to cast a backward glance.
Bejaardenzorg in Nederland
Indische Nederlanders aparte plek?
NUGI: 661     ISBN:90805567-4-2
In het jaar 2003 bereikt de vergrijzing van Nederland zijn hoogtepunt. Meer dan een kwart van de bevolking is 65 jaar en ouder en van deze 65-plussers is één op de drie mensen ouder dan 75 jaar. Waabij mannen de achterstand op vrouwen inhalen. Nu is het nog zo dat lieve oude heren aan elke vinger een vriendin kunnen krijgen. Alle uiterlijke luister kan verloren raken. God ziet de mensen in hun ware luister. Niet afhankelijk van jeugd en charme, maar wel vol innerlijke gratie.

De ouderenhuisvesting is volop in beweging. Alle bekende en nieuwe woonwormen voor ouderen komen in dit boek ter sprake. Het gaat over bejaarden in het algemeen en Indische bejaarden in het bijzonder. De Indische verzorgingshuizen maken deel uit van de Vereniging Verzorginghuizen met een Bijzondere Functie (VVBF) Ze worden gekenmerkt door een landelijke opnamebeleid.

Er zijn geen plaatselijke en regionale Indische verzorgingshuizen. Indische ouderen zouden niet anders zijn dan Nederlandse ouderen.
Zij hebben zich goed aangepast en zijn geheel geïntegreerd in de Indische samenleving. Zij zijn dan ook nooit doelgroep geworden in het minderhedenbeleid  en lijken daarin weinig aandacht te krijgen. Wel zijn er sinds de jaren vijftig voor oudere “repatrianten” landelijk enkele verzorgingshuizen. Elke cultuur heeft zijn eigen gewoonten. Elk leven heeft zijn eigen geschiedenis, levensloop, omgeving. Persoonlijkheidskenmerken hangen nauw met elkaar samen. Gebeurtenissen werken sterk in op de ontwikkeling en de herinnering aan die tijd. Ze zijn blijvend van invloed. Ik word soms overvallen door een gevoel van grote dankbaarheid voor het feit dat ik hier en nu mag bestaan, samen met de mensen die ik liefheb.
Frank Neijndorff.  

JAPANREIS   7  –  20  november 2002 “.

Mijn Japanreis begon eigenlijk al met het telefoontje van onze voorzitter van Sakura, Richard Volckmann, dat ik samen met nog twee andere leden was uitgekozen om aan deze Japanreis deel te gaan nemen.

Een complete verrassing, een fantastisch moment, een golf van blijdschap, ik naar Japan om daar mijn Japanse genen te gaan proeven  en opsnuiven, wie had dat nou kunnen dromen! Dit was een buitengewone kans.

Sinds 1996 ben ik actief bezig met mijn Japanse Roots. Inmiddels is de familie opgespoord en heb ik leuke contacten met mijn halfbroers en –zussen opgebouwd.

Maar de uitnodiging voor deze reis was toch de kroon op alle activiteiten.
Vervolgens komen de voorbereidingen op gang en begint de reis in mij te kriebelen. Aanmeldingsformulieren invullen, donateur worden van EKNJ, visitekaartjes laten drukken, geschenkjes kopen, speeche voorbereiden, paspoort controleren, reisverzekeringen afsluiten, gepaste kleding aanschaffen, info’s lezen, Yen’s bestellen, E- mailen naar Japan, fotorolletjes kopen, enz…..
Op zaterdag 20 april is er, na de EKNJ –reunie in Emmeloord, de eerste kennismakingsbijeenkomst met de medereisgenoten, 24 mensen, een zeer gemêleerd gezelschap, waaronder 3 JIN- en 3 SAKURA-leden van Japans-Indisch-Nederlandse afkomst.

Intussen heb ik ook wat mensen leren kennen, die vorige reizen hebben meegemaakt en waarvan je allerlei adviezen en tips meekrijgt. Zo begint de reis hoe langer hoe meer in me te leven.

De tweede bijeenkomst vindt plaats op Bronbeek in Arnhem op 26 oktober. We krijgen het voorlopig reisschema en de laatste ins en outs van Paul Niessen, onze reisleider. De entourage van Bronbeek met het Museumbezoek, waar we de historie van de Tweede Wereldoorlog in het voormalig Nederlands-Indië met de Japanse bezetting  nog in ogenschouw konden nemen en de Indische lunch waren een doeltreffende “warming – up” voor de groep nu de vertrekdatum rap dichterbij kwam.

Na afloop hadden we nog een samenkomst met enkele Sakura-bestuursleden, die ons alvast een goede reis “üitzwaaiden” en nog wat cadeautjes en laatste tips voor Japan meegaven. Heel symphatiek van hun.

Dan komt onderhand de dag, dat ik mijn koffers ga pakken, de Yen’s van de bank haal en de laatste E-mails naar mijn zus in Japan verstuur met het reisschema.
En opeens wordt de droom werkelijkheid. Daar sta ik dan in de vertrekhal van Schiphol bij balie 19. De spanning van het vertrek neemt toe naarmate ik steeds meer koffers-sjouwende medereizigers zie binnendruppelen.

Dan is het toch zover, dat Paul onze tickets op naam uitdeelt. Het echtpaar Winkler reist prive ook gedeeltelijk met ons mee om o.a. ook de jaarlijkse herdenking in Mizumaki bij te wonen.

Na het inchecken gaan we om ongeveer  21.00 uur dan eindelijk de lucht in  non stop richting TOKYO Narita- Airport. We vliegen met de JAL ,executive class en een enkele van ons eerste class, via de noordelijke route boven Rusland via St. Petersburg, Mansiysk ( Oeralgebergte ), Olekminsk en Tokyo.

In het vliegtuig word  ik al meteen door het cabine-personeel in het Japans aangesproken! Het eerste teken van herkenning c.q. bevestiging van mijn afkomst. Tijdens de vlucht zitten we in comfortabele vliegtuigstoelen met eigen radio, tv en telefoon bediening. We kunnen kiezen tussen Japans en Westers eten. Even later zit ik dus met de bekende stokjes te worstelen, Maar ja oefening baart kunst!

VRIJDAG  8 november.

Na ongeveer 11 uur vliegen  landen we om 15.50, plaatselijke tijd op Narita-Airport. Een raar, onbeschrijfelijk , opwindend gevoel ging door mij heen als ik dan eindelijk voet op Japanse bodem zet, het land van mijn vader!

Ik snoof de Japanse lucht eens diep in mij op en it’’ s smells good moet ik zeggen. We werden met bussen naar de aankomsthal gebracht en wat zie ik , allemaal Japanse mensen om me heen. Ik word me ervan bewust , dat ik hier helemaal niet meer opval qua uiterlijk.

Na de koffers werden we opgevangen door 2 Engels sprekende hostessen van MOFA, Kamako Shiga en Miko Mizutami, roepnamen Kee-san en Miho-san. Ze begeleiden ons met het inchecken voor de binnenlandse vlucht naar Fukuoka. In het Mitsukoshi restaurant krijgen we een heerlijk diner voorgeschoteld en na 1.5 uur vliegen landen we om ongeveer 22.30 in Fukuoka. Daarna nog  een klein uurtje met de bus naar het hotel, koffer uitpakken,lekker douchen, en rond 12 uur lig ik op een oor.

En morgen begint dan pas echt ons 11 daags Japans avontuur met high-lights in de steden Mizumaki, Hirado, Nagasaki, Hiroshima, Osaka, Kyoto,Sakura en Tokyo.

ZATERDAG 9 November MIZUMAKI.

Fragment: Om 13.00 uur  volgt de officiële krans en bloemlegging in het bijzijn van de plv. Nederlandse Ambassadeur, gemeentebestuur, ontvangstcomité en diverse Japanse genodigden. Paul Niessen houdt zijn eerste toespraak.

Hierna worden we officieel ontvangen door het gemeentebestuur met diverse toespraken van de autoriteiten en Max Marges over zijn afkomst en  de betekenis van deze reis.

Bij de theeceremonie zien we de eerste Japanse vrouwen in kimono. Bibliotheekbezoek met opvallend veel Hollandse kinderboeken in de Hollandse hoek  

ZONDAG  10  November.

Fragment: Vervolgens het gezellig drukke bezoek aan het Munakata Shrine tempelcomplex, waar ook een soort braderie was  met fantastisch mooie bloemenkraampjes en eet- stalletjes waar het zo lekker rook. Bonsai boompjes uitgestald op lange tafels. Kleine schattige kinderen gekleed in traditionele Japanse kimonotjes. Bomen behangen met rolletjes papier, waar wensen over gezondheid staan.

MAANDAG  11 November.

Fragment: Daarna nog klassikaal discussie-groepen met leerlingen over Euthanasie, Uniformen en Invloed TV. En last but not least wat een fundamenteel verschil met Nederlandse kinderen!

DINSDAG 12 November.  HIRADO.

Fragment : ‘s Morgensvroeg weemoedig afscheid van het ontvangst-comité, fam. Kurokawa, Ralph Schriock onze vertaler.

WOENSDAG  13  November.  NAGASAKI.

Fragment : Plotseling staan wij daar dan op de plek waar op 9 Augustus 1945 om 11.02 uur op 500 meter hoogte de tweede Atoombom van WO 2, bijgenaamd Fat Man vanwege de bolle vorm van de bom., ontploft .

DONDERDAG 14 November . HIROSHIMA.

Fragment: Het in-  en uitstappen ging perfect, mede dankzij het gediciplineerd in- en uitstapgedrag van de Japanners. Wat een verschil met Nederland; mooie comfortabele treinen, allemaal zitplaatsen ( je kan ook vis a vis zitten ), geen graffiti op treinen of perrons, die er schoon uitzagen met zeer kleurrijke kiosken.

  VRIJDAG  15  November.  OSAKA.

Fragment :En daar staan ze dan al op mij te wachten in de hal van het hotel: mijn twee halfzussen en de vrouw van mijn halfbroer.Een allerhartelijkst ontvangst, mijn zussen zie ik voor het eerst. Vooral mijn oudste zus uit Autralie is een complete verrassing , ze is toevallig 2 maanden in Japan .

ZATERDAG  16 November. KYOTO

Fragment :Drink je van de duizenden jaren oude heilige water van Kiyomizu, dan ben je volgens de overlevering verzekerd van een lang en gezond leven. Bovendien draagt het mineraalrijke vocht bij aan een scherpe intelligentie en een gezonde huid! Het was dus opvallend druk bij de bronnen.

ZONDAG 17 November.  SAKURA/TOKYO

Fragment : En wat staat daar in een vlak landschap; een oerdegelijk draaiende Hollandse molen “De Liefde”, anno 1994.

Ontvangst door een Nederlands sprekende vereniging . Buiten was het ook Hollands koud na al die warme zonnige dagen. 

MAANDAG  18  November.  TOKYO.

Fragment : Hierna sightseeing in de Asakusa wijk, middelpunt daarvan is de voornaamste tempel van Tokyo, Kannon-do. In 645 door 3 vissers gesticht , nadat zij tijdens een vistocht een 5 cm groot

beeldje van Kannon, de godin van barmhartigheid, in hun netten vonden.

DINSDAG  19 November.

Fragment : Dan op naar de Tokyo – Tower, vlakbij ons hotel gelegen. Een statige stalen toren van 333 meter hoog, die wat op een Franse lijkt! De toren doet tevens dienst als communicatiecentrum

WOENSDAG  20 November.

Fragment : Tijdens de vlucht geniet ik ook nog van mijn 1e klas stoel, die helemaal horizontaal kan om te slapen. Boven het vaste continent ook een prachtig uitzicht over bevroren rivieren, die als een wit lint door het land kronkelen en besneeuwde bergtoppen.  

PERSOONLIJKE CONCLUSIE.

Voor mijzelf was deze reis in het kader van mijn Japanse roots een enorme opkikker.

Tot aan de dood van mijn moeder heb ik en mijn omgeving dat Japanse stukje in mijn leven weggestopt, min of meer doodgezwegen, willen vergeten, er niet over gepraat.

In die tijd was dat enigszins verklaarbaar uit een soort valse schaamtegevoel als kind van een bezetter bij een ongehuwde moeder. Bovendien wat ik over de wel of niet bekende Japanse wreedheden in de oorlog gelezen heb, daar hoef je natuurlijk niet trots op te zijn. Maar als beetje-afstammeling-van heeft dat van binnen bij mij toch altijd een beetje geknaagd. Echter weet ik nu wel dat er in elke oorlog waar en wanneer ook en op wat voor manier dan ook gruwelheden door beide partijen worden uitgehaald. De ene partij omdat ze zich te zwak voelt en de andere partij omdat ze zich superieur voelt.

Welnu dan , mede dankzij deze reis en het contact met andere reisgenoten van EKNJ en Jin hebben ertoe bijgedragen dat ik mijn Japanse roots niet meer hoef te verloochenen en ik mijn levenscirkel kan afronden.

Ik heb op deze reis zo ontzettend veel Japanse indrukken van allerlei aard opgedaan en mee mogen maken.

De diverse officiële herdenkingen met kransleggingen, de culturele bezienswaardigheden, het Japanse openbare leven met de Shinkansenreizen en de luxueuze hotels. Het typisch Japanse culinaire gebeuren. Al die hartelijke en behulpzame Japanse mensen, die ik op deze reis ontmoet heb. Als hoogtepunt natuurlijk de ontmoeting met mijn Japanse familie.

Ik ben een tevreden mens en mijn dankbetuigingen gaan hierbij dan ook uit naar het bestuur van Sakura voor hun keuze om mij deze reis te gunnen, naar Dolf en Carrie Winkler de eigenlijke grondleggers van deze Japanreizen,, naar Paul Niessen voor zijn geroutineerd, bekwaam en rustig reisleiderschap met op z’n tijd gevoel voor humor en als rots in de branding bij calamiteiten, naar al mijn reisgenoten voor hun prettig en aangenaam reisgezelschap en naar de MOFA, die deze reizen allemaal mogelijk maakt.

Voor de toekomst hoop ik dan ook, dat nog vele van mijn lotgenoten in staat worden gesteld om zo’n reis mee te mogen maken.
Ik zal nog veel tijd nodig hebben om al die Japanse reisindrukken te verwerken en ik zal ook de tijd  nemen om van deze “reis van mijn leven”  steeds opnieuw lekker te gaan nagenieten!
MAX  MARGéS.

Ik ben anders; een kind van de vijand
Biografie van een Japans-Indisch kind, opgetekend door Pakhan

Toen ik ongeveer 14 jaar was werd ik geconfronteerd met een andere kant van het leven. Tijdens een uitstapje met een broer van mijn vader vertelde hij mij – zogenaamd in vertrouwen – dat mijn vader mijn vader niet was. Je echte vader is een Japanner, vertelde hij. In al mijn onschuld geloofde ik daar natuurlijk niets van. Maar als ik meer wilde weten moest ik dat maar aan mijn moeder vragen want; “zij heeft ook een foto van hem in haar tas”, werd daar nog aan toegevoegd. In het begin deed ik daar nogal lacherig over en redeneerde voor mijzelf dat dat helemaal niet kon want Japan was er de schuld van dat wij hier in Nederland waren terechtgekomen…

Niet weten wat je afkomst is, of het slechts gedeeltelijk weten, betekent dat je jezelf maar voor een deel kent. Daarom ben ik er van overtuigd geraakt dat dit boekje geschreven moest worden. Vooral toen mij duidelijk werd dat over deze groep van oorlogskinderen, oorlogsslachtoffers in vele gevallen, nauwelijks iets is gepubliceerd. Met dit boekje wil ik deze onzichtbare en verzwegen groep mensen een gezicht geven.

PAKHAN
ISBN90-75311-22-2
Paperback,114p., 
13,4 x 19,5 cm

€ 16,50
incl. verzendkosten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *