Nieuws van Yuki Sunada

Nieuws van Yuki Sunada

I read the article from Edward on Asahi a few month ago. I am so happy for him.

I say hello to all Sakura members. The following is an additional message to them
You might have seen on facebook but I have finished the screenings in Hiroshima for a week and Tama city, Tokyo for a day. 300 people including the Tama city mayor came to the screening.  It was quite successful. Lees verder

Film over militairen in Indonesië 1945-1950

Een nieuwe film.

Holland Harbour, de producent van o.a. de documentaires Het jaar 2602 en Buitenkampers is bezig met voorbereidingen voor een documentaire over de militairen die hebben gediend in Nederlands-Indië / Indonesië in de jaren 1945-50. Dit gaat ook nu in samenwerking met de Stichting Verfilming Japanse Bezetting 1942-45.
Wij zoeken naar familieleden van de tweede en derde generatie van deze veteranen.
Kinderen en kleinkinderen die momenteel hun familiegeschiedenis in kaart (gaan) brengen en die graag willen weten wat hun opa of vader (en in enkele gevallen moeder of grootmoeder) nu eigenlijk meemaakte daar in het verre Indië . Wellicht een periode waar hij nooit zo open over is geweest of weinig over heeft losgelaten, maar waar bijvoorbeeld wel nog foto’s, dagboeken, medailles, wapens of brieven van bewaard zijn gebleven.
Mijn naam is Debbie Kleijn. Ik ben documentairemaker en werd benaderd door Nadadja Kemper van Holland Harbour om het derde deel van de trilogie over de tijd in Nederlands-Indië tussen 1940 en1950 invulling te geven. Na de verhalen van kinderen in jappenkampen en van de buitenkampers, kwamen wij tot de conclusie dat het derde deel zou moeten gaan over de jongens die in de jaren 1945-50 hebben gediend in Nederlands-Indië . Een roerige tijd, waarvan wij graag aan de hand van persoonlijke verhalen een reconstructie willen maken. Hoe was die tijd voor die jonge jongens? In wat voor situatie zaten ze eigenlijk wat waren hun motieven en idealen? Wat troffen ze aan en hoe gingen ze daarmee om? En hoe was het om na deze periode weer een leven op te bouwen? Mijn partner’s grootvader diende in het KNIL. Voor mij een extra motivatie om deze geschiedenis van KNIL-ers, dienstplichtigen en oorlogsvrijwilligers in een documentaire te visualiseren.
Wij willen graag, aan de hand van persoonlijke ervaringen en dierbare bezittingen uit die tijd, deze geschiedenis in kaart brengen en invoelbaar maken hoe het daar geweest zou moeten zijn. Voor welke keuzes hebben deze jonge jongens toentertijd gestaan? Wij zijn benieuwd hoe de zoektocht zich ontvouwt, welke informatie u gaandeweg op het spoor bent gekomen en welke stappen u nog gaat ondernemen.
Voor ons is het belangrijk om met verschillende ervaringsdeskundigen of betrokkenen te praten om helder te krijgen hoe we dit onderwerp het best in beeld kunnen brengen en inhoudelijk vorm kunnen geven. Voor de eerste aanzet van de zoektocht komen wij graag in contact met mensen die deze periode zelf hebben meegemaakt of met mensen van wie hun vader of opa heeft gediend in toenmalig Nederlands-Indië in de periode 1945 -1950.
Wilt u uw ervaringen en uw geschiedenis met ons delen? Dan kunt u bellen met Debbie Kleijn, documentairemaakster, mobiel 06-470863 87, of mailt u info@debbiekleijn.com. U kunt ook contact opnemen met Ron van Boxtel, uitvoerend producent bij Holland Harbour, telefoon 010-2331400, of mail ron@hollandharbour.nl.
Wilt u uw persoonlijke documenten, foto’s en spullen ter beschikking stellen aan Museum Bronbeek belt u dan met Hans van den Akker, Conservator / Plv. Hoofd Museum, telefoon 026-3763524 of mail jlp.vd.akker@mindef.nl.
Mail naar de Stg Verfilming Japanse Bezetting 1942-45 op vjb4245@gmail.com voor inzichten over de betrokkenheid van deze stichting bij dit en eerdere filmprojecten.

Onze moeders waren geen troostmeisjes

Op 13 juli 2001 is in De Sleutel, orgaan van het bisdom Roermond, een artikel verschenen met de kop “Japanse kardinaal Shirayanagi kondigt nieuw bezoek aan”. Dit artikel bevat de volgende passage:
“De kardinaal was naar Nederland gekomen in het kader van het proces van gerechtigheid, vrede en verzoening met de vele slachtoffers van de Japanse Interneringskampen in het voormalig Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Zo sprak hij met de kinderen van zogenoemde troostmeisjes, in ons land georganiseerd in de stichting Sakura.”

Deze laatste zin noopt Dhr. J.B.E. Meijer een klacht in te dienen bij de Raad voor de Journalistiek. Hierna volgt de beslissing…….


 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.B.E. Meijer

tegen

de hoofdredacteur van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP)

Bij brief van 19 juli 2001 met vier bijlagen heeft J.B.E. Meijer te Spijkenisse (klager) een klacht inge-diend tegen de hoofdredacteur van het Algemeen Nederlands Persbureau (verweerder). Hierop heeft W. ten Brink, adjunct-hoofdredacteur, gereageerd bij brief van 11 september 2001 met een bijlage. Klager heeft vervolgens nog aanvullende stukken aan de Raad doen toekomen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 december 2001. Klager is daar verschenen vergezeld van zijn echtgenote C.E. Meijer-Blaauw. Aan de zijde van verweerder zijn voornoemde Ten Brink en I. Willems, coördinator binnenlandredactie, verschenen.

DE FEITEN

Op 17 mei 2001 heeft verweerder een bericht verspreid met de kop “Japanse kardinaal Shirayanagi wil interventie op Ambon”. In het bericht wordt aandacht besteed aan het bezoek van genoemde kardinaal aan Nederland om te luisteren naar slachtoffers van de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië.

Op 13 juli 2001 is in De Sleutel, orgaan van het bisdom Roermond, een artikel verschenen met de kop “Japanse kardinaal Shirayanagi kondigt nieuw bezoek aan”. Dit artikel bevat de volgende passage:
“De kardinaal was naar Nederland gekomen in het kader van het proces van gerechtigheid, vrede en verzoening met de vele slachtoffers van de Japanse Interneringskampen in het voormalig Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Zo sprak hij met de kinderen van zogenoemde troostmeisjes, in ons land georganiseerd in de stichting Sakura.”

Klager stond aan de basis van de oprichting van de organisaties Vereniging J.I.N. (Japans Indische Nakomelingen) en Stichting “Sakura” K.V.J. ‘40-’48 (Kinderen van Japanners ‘40-’48). De echtgenote van klager is secretaris van Stichting Sakura.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het bericht in De Sleutel gebaseerd is op het ANP-bericht van 17 mei 2001. Volgens hem is in het ANP-bericht ten onrechte de indruk gewekt dat er “50.000 mensen in Nederland wonen met een (vaak onbekende) Japanse vader” en dat dit “kinderen zijn van zogenoemde troostmeisjes, in ons land georganiseerd in de Stichting Sakura”.
Klager wijst erop dat de meeste Japans-Indische nakomelingen geboren zijn uit ongedwongen liefdesrelaties. Vanaf eind jaren tachtig hebben deze nakomelingen zich meer open en assertief opgesteld en hun belangen intensiever laten behartigen door Vereniging JIN en Stichting Sakura. Eind jaren negentig hebben deze organisaties zich ingezet voor een verbetering van de betrekkingen tussen Nederland, Japan en Indonesië.
Verweerder had zich juist moeten laten informeren en zijn bericht voor publicatie moeten checken op historische en feitelijke juistheid. De ANP-berichtgeving heeft schade aangericht en zal dat ook in de toekomst doen, indien rectificatie en/of corrigerende berichten uitblijven, aldus klager. Hij acht een rechtzetting in het ANP-archief onvoldoende, aangezien veel personen het eerste bericht hebben gelezen.

Verweerder stelt dat een vertegenwoordiger van Stichting Sakura tijdens een bijeenkomst aan ANP-correspondent Haenen heeft uitgelegd wat de stichting is en doet. In het ANP-bericht dat Haenen vervolgens schreef, komt een passage voor over de kinderen van zogenoemde troostmeisjes, in Nederland georganiseerd in Stichting Sakura. Het artikel in De Sleutel bevat passages die zijn ontleend aan het ANP-bericht.
Klager heeft vervolgens contact opgenomen met Haenen en hem erop gewezen dat Stichting Sakura geen organisatie is van kinderen van zogenoemde troostmeisjes. Haenen heeft daarop zijn excuses aangeboden en toegezegd dat de fout zou worden hersteld. Direct na zijn gesprek met Haenen heeft klager contact opgenomen met de coördinator van de ANP-nieuwsredactie I. Willems. Op klagers verzoek tot rectificatie heeft Willems geantwoord dat een rectificatie in de vorm van een tweede ANP-bericht na een periode van bijna twee maanden niet zinvol is. Klager zei daarvoor begrip te hebben. Willems heeft vervolgens toegezegd het bericht van Haenen in het archief van het ANP aan te passen door de gewraakte passage te corrigeren, hetgeen onmiddellijk is gebeurd. Herhaling van de fout door journalisten die gebruik maken van het bericht uit het ANP-archief is daardoor uitgesloten. Volgens verweerder heeft klager aan Willems laten weten tevreden te zijn met deze oplossing.
Verweerder betreurt de fout die in het bericht van 17 mei 2001 is gemaakt. Hij meent echter dat het ANP, nadat het twee maanden later op die fout is gewezen, in goed en constructief overleg met klager al het mogelijke heeft gedaan om de fout te herstellen teneinde herhaling te voorkomen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Niet ter discussie staat dat het ANP-bericht van 17 mei 2001 onjuiste informatie over Stichting Sakura bevat. De vraag die ter beoordeling aan de Raad is voorgelegd, is of deze fout door verweerder op voldoende deugdelijke wijze is rechtgezet.

Vaststaat dat klager zich eerst twee maanden na verspreiding van het ANP-bericht tot verweerder heeft gewend. Ter zitting heeft verweerder opgemerkt, dat hij tot rectificatie zou zijn overgegaan indien klager het ANP eerder op de fout in de berichtgeving had gewezen. Klager heeft voorts meegedeeld dat hem niet bekend is of ook andere media de onjuiste informatie over Stichting Sakura uit het ANP-bericht hebben overgenomen. Op grond van zijn contacten met het bisdom Roermond acht klager het waarschijnlijk dat in De Sleutel een rectificatie is geplaatst.

De Raad acht het aannemelijk dat het doen uitgaan van een rectificatie twee maanden na het verspreiden van de onjuiste berichtgeving – gezien de in dit verband bijzondere positie van een persbureau – niet zinvol is. Alle omstandigheden in aanmerking genomen ziet de Raad niet wat verweerder ter correctie van zijn fout meer kon doen dan het corrigeren van het ANP-bericht in zijn archief. Door daarmee te volstaan heeft verweerder dan ook geen grenzen overschreden van hetgeen volgens journalistieke maatstaven aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in een ANP-bericht te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 15 februari 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, mw. C.J.E.M. Joosten en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-04{jcomments on}

Claudine en Molyy terug

GOED  NIEUWS !

Claudine en Molly zijn veilig en wel weer terug van hun reis door Indonesië. Vrijdag 15 november zijn de dames na een lange vlucht weer in het koude kikkerlandje geland. Dat was wel even wennen, want in Indonesië was de temperatuur hoog en het was benauwd, maar de ontmoetingen met familieleden en oude bekenden waren hartverwarmend.

Claudine en Molly zullen veel te vertellen hebben en zaterdag de 23ste november  is er gelegenheid om deze van hen persoonlijk te horen. Echter dé verhalen van Max, Hans en Fred zijn natuurlijk het belangrijkst op deze middag. Er zijn al  veel aanmeldingen, maar ben je daar niet bij, kan dat nog per mail : Lehma90@planet.nl of telefonisch : 0528241321.

(Zie ook de uitnodiging.)

NB. Molly heeft geheime familie recepten  mee weten te smokkelen dus kom dat zaterdag proeven!

Namens bestuur Sakura,

Edward Lehmann.

Tweede generatie naar ambassade

Beste ‘tweede generatie genoten’,

Afgelopen vrijdag, 30 november 2012, hebben wij (Babiche Sipkens, Arthur van Geenen, Hemco Murk en ondergetekende) samen met de twee voorzitters van Sakura (Rob Sipkens) en JIN (Silfraire Delhaye) een bezoek gebracht aan de Japanse ambassade. Het doel van dit bezoek was onder andere om ons als tweede generatie te presenteren aan de Japanse diplomaten en tegelijkertijd onze (motivatie)brieven voor de voortzetting van het exchange programma persoonlijk te overhandigen.

Na een korte voorbespreking in het Bel Air Den Haag (waar we met Rob en Silfraire even kort overlegd hebben hoe de sfeer is in de Japanse ambassade en hoe we onze motivatiebrieven het beste kunnen verwoorden), zijn wij met zijn zessen vertrokken richting de ambassade. Daar werden wij zeer vriendelijk en informeel (lees: ongedwongen) ontvangen door het ambassadepersoneel. Na ons ‘vergaapt’ te hebben aan het mooie oude gebouw, werden wij welkom geheten door de heer Nomura (functie: counsellor) en mevrouw Morita (derde secretaris).

Na een kort voorstelrondje hebben Silfraire en Rob een toelichting gegeven op ons bezoek. Vervolgens hebben Babiche, Hemco, Arthur en ik onze motivatiebrieven beknopt toegelicht en de (vertaalde) brieven met foto’s in een mooi boek overhandigd. De heer Nomura en mevrouw Morita hebben namen onze brieven meteen aandachtig door. Na onze persoonlijke toelichting, hebben wij samen met Rob en Silfriare nog benadrukt dat het ons als tweede generatie niet alleen gaat om een Japanreis. Het belang voor ons staat voorop het stokje van onze ouders in de toekomst over te nemen en de banden met Japan en onze generatiegenoten in Japan aan te halen. Dit hebben wij mede gedaan om te voorkomen dat de Japanse ambassade denkt dat het alleen maar om het bekostigen van een ‘snoepreisje’ gaat. Wij hebben beargumenteerd dat we (en vooral onze ouders) allemaal een afzonderlijk verhaal en geschiedenis hebben. In veel gevallen zijn de ervaringen in meer of minder mate schrijnend, maar er zijn ook zeker mooie verhalen. Wel speelt bij iedereen het gevoel te weinig van Japan te weten en graag kennis te maken met de Japanse cultuur, taal en de mensen. Dit mede om een deel van onze ‘eigen identiteit’ te ontdekken. We hebben benadrukt dat we vereerd zouden zijn als ook de tweede generatie via een exchange programma de kans krijgt Japan te bezoeken. Hierbij hebben we duidelijk aangegeven dat alleen echt betrokkenen de kans moeten krijgen in aanmerking te komen voor een exchange programma (in welke vorm dan ook). Dit betekent (vooralsnog) de mensen die een motivatiebrief hebben geschreven en betrokken zijn bij de vereniging JIN resp. Stichting Sakura (bijwonen en organiseren activiteiten, het schrijven van stukjes en het onderhouden van de noodzakelijke contacten).

Ons idee is dat de heer Nomura en mevrouw Morita zeer aandachtig hebben geluisterd naar onze verhalen. Er kwamen van hun kant ook meerdere vragen, waaruit we op kunnen maken dat ze open staan voor ons initiatief.

De heer Nomura sloot af met dat hij onder de indruk was van onze brieven en verhalen. Hij waardeerde het zeer dat wij de tijd hadden vrijgemaakt om ons verhaal te komen vertellen en zal de brieven overhandigen aan vertegenwoordigers van de Japanse regering. Wel gaf hij aan dat er dan voor ons een nieuw programma moet worden opgesteld. Eerst moet er nog goedkeuring komen voor een reis voor de eerste generatie in 2013. Onze verwachting is dan ook dat mochten er mogelijkheden zijn, dit niet voor 2015 zal plaatsvinden. De heer Nomura en mevrouw Morita staan echter open voor ons idee en gaan alle moeite doen om ondanks de huidige economische moeilijke tijd een exchange programma op te zetten binnen de (financiële) mogelijkheden.

Wij hopen jullie hiermee een goed beeld te hebben gegeven van de dag en houden jullie uiteraard op de hoogte van de vorderingen. Wellicht zijn jullie hierdoor ook extra gemotiveerd geraakt om elkaar beter te leren kennen.

Als jullie vragen en/of opmerkingen hebben, bel of mail ons gerust!

Groeten, uiteraard mede namens Babiche, Arthur en Hemco,

Robrecht van Eldik

 

PS. Binnenkort is de nieuwjaarsreceptie van Jin/Sakura. Wij hopen velen van jullie daar te zien. Wij hebben trouwens ook het idee opgevat om in februari/maart een bijeenkomst te organiseren voor alle betrokken tweede generatiegenoten. We denken aan iets cultureels (uiteraard Japans georiënteerd) en een borrel met eventueel een hapje. Als jullie ideeën en suggesties hebben, laat het ons weten! Het moet uiteraard een uitje worden waar zoveel mogelijk mensen bij willen en kunnen zijn!

Interview Sakura leden (2006)

Liefde in oorlogstijd

‘Sakura” is kersenbloesem. De bloei van een kersenbloesem is kort maar mooi. Daarom is de naam gekozen: de bloei is symbolisch voor de relatie tussen de ouders.’

Aan het woord zijn Claudine Meijer, Annette C. en Joke Stephan, resp. secretaris en leden van de Stichting Sakura.

Lotgenoten.

De belangrijkste doelstelling van Sakura is om te fungeren als contactorgaan voor de nakomelingen van een Japanse vader en Indische of Hollandse moeders, geboren tussen 1940 en 1948. De stichting opereert internationaal want de nakomelingen zijn over de hele wereld verspreid. De Nederlandse leden wonen te ver van elkaar voor regelmatig contact. Er is een regio-indeling gemaakt. Er vindt een jaarlijkse, landelijke bijeenkomst plaats en binnen de regio’s is er egelmatig contact. Claudine, Annette en Joke maken deel uit van Sakura in de Randstadregio. Sakura zet zich ook in voor de direct belanghebbenden van de nakomelingen zoals partners, kinderen en vrienden. ‘In de praktijk komt het erop neer, dat lotgenoten van Sakura met elkaar in contact kunnen komen. Verder helpen we onze leden, als ze dat willen, met de zoektocht naar hun vader en hun identiteit. Zo’n 15 jaar geleden ontmoette een aantal lotgenoten elkaar. Ze verenigden zich en zo ontstond 11 jaar geleden de Stichting Sakura’, legt Claudine uit.

Oorlog.

Claudine, Annette en Joke hebben een Indische moeder en een Japanse vader en zijn verwekt in oorlogstijd. ‘Van onze Japanse vaders weten de meesten van ons weinig. Ze werden in oorlogstijd uitgezonden,’ vertelt Claudine. ‘Onze vaders werden in Indië gestationeerd. In die extreme tijd ontstond er soms een relatie waaruit een kind geboren werd. Maar een relatie tussen een Japanse man en een Indische vrouw was verboden. Na de nederlaag vertrokken de Japanse strijdkrachten naar hun vaderland. Ze hadden de plicht om hun land weer op te bouwen. Sommigen wisten niet eens dat er een kind geboren werd of opkomst was.’ ‘Joke vult aan: Onze moeders werden door hun eigen familie met de nek aangekeken, maar ook door anderen. Ze heulden immers met de vijand. Waarom een vrouw die relatie aanging, is niet in een zin uit te leggen. Soms was er sprake van dwang, soms was er sprake van liefde en soms gebeurde het uit lijfsbehoud. Voor iedere vrouw was de beweegreden anders. De schaamte en het schuldgevoel waarmee ze verder moest, zorgde er dikwijls voor, dat ze haar verleden doodzweeg. De vrouwen waren bijna allemaal erg jong toen de relatie ontstond. Later trouwden ze en kwamen ze naar Nederland om een nieuw leven te beginnen.’

Complex

Het levensverhaal en de complexiteit van de emoties van Claudine, Joke en Annette laten zich niet in de korte bewoordingen vertellen. Omwille van het interview proberen ze het.

Annette vertelt: ‘ Joke en ik kwamen op jonge leeftijd met onze moeders uit Indië naar Nederland. Onze moeders trouwden, de mijne in Indonesië en Joke’s moeder in Nederland. Er werden nog meer kinderen geboren. Je weet dat je anders bent, op jonge leeftijd al. Anders dan je broers of zussen maar als klein kind weet je niet waarom. Je merkt ook dat familieleden je moeder ook anders behandelen. Naarmate je ouder wordt, ga je er iets meer van begrijpen. Maar pas jaren later, toen mijn eigen kinderen groot waren, kwam er ruimte in mijn leven om te gaan  nadenken en vragen te stellen. Mijn moeder vertelde me pas over mijn afkomst toen ik de vijftig al gepasseerd was. Het weinige, dat er te vertellen viel. Ik weet niets van mijn vader, dan dat hij een zachtaardige man was, waar mijn moeder veel om gaf. Het was moeilijk om mijn moeder niet te veroordelen om haar zwijgen tegenover mij. Er kwamen zoveel emoties los. Begrijpen doe ik het nog niet helemaal, maar vergeven heb ik haar wel.’ Claudine kwam pas op haar 17e uit Indië nar Nederland. Ze herinnert zich een fijne jeugd. Ook zij weet niet veel van haar vader. ‘Mijn moeder heeft me een aantal dingen verteld. Maar het is duidelijk, dat het ophalen van die herinneringen haar pijn doet. Ik heb het laten rusten. Maar net als Joke en Annette zoek ik hem nog altijd. In Japan heeft Sakura een contactpersoon  die speurwerk verricht. Dat is een moeizaam proces. Vaak is er wel een achternaam bekend, maar is het niet duidelijk of die in de Japanse taal ook zo geschreven wordt. Bovendien zijn de Japanse registers en archieven nog altijd niet openbaar toegankelijk.’ Ook Joke herinnert zich een prettige jeugd.’Maar dan heb ik het over de tijd dat mijn moeder trouwde. Ik werd volkomen geaccepteerd door mijn stiefvader. Dat geldt helaas lang niet voor alle lotgenoten. Na aankomst in Nederland werden mijn moeder en ik van elkaar gescheiden. Ik heb drie jaar in een kindertehuis gezeten. Dat was een verschrikkelijke tijd. Mijn moeder had wat herinneringen aan mijn vader bewaard. Die werden achter slot en grendel opgeborgen. Mijn nieuwsgierigheid werd op zeker moment zo groot, dat ik in haar spullen ging neuzen. Toen moest ze wel vertellen.’

Plezier.

‘Bij velen van ons leeft of leefde een minderwaardigheidsgevoel. Een inferieur mens met een afkomst die geheim moest blijven,’ vervolgt Joke. ‘Ik loop er nog niet mee te koop. Niet uit schaamte. Mar omdat het zo’n ingewikkeld verhaal is waarbij veel gevoelens een rol spelen.

Je kunt het niet zomaar uitleggen en dat doe ik dan ook niet. Wanneer je niet het hele verhaal kent, krijg je een vertekend beeld. Mijn dierbaren weten het en dat is genoeg. We geven het ‘lijden’ niet aan de tweede generatie, onze kinderen, door. We hebben ze wel verteld over onze geschiedenis en onze identiteit. Want daar zijn we trots op.’ ‘De Japanse regering heeft een uitwisselingsprogramma opgezet. Mensen die, op welke wijze dan ook, geleden hebben onder de Japanse bezetting, kunnen kosteloos een bezoek brengen aan Japan. Sakura noemt het verwerkingsreizen. Annette heeft in 2004 Japan bezocht. ‘Een verwarrende ervaring want ik kwam in een vreemde cultuur en sprak de taal niet. En toch voelde het als thuis. Want ik was in het land waar mijn vader vandaan komt, dichterbij hem dus. Het heeft me verrijkt.’

Alle drie hebben ze na jaren een zeker balans in hun emotie gevonden. Het lotgenotencontact via Sakura helpt daarbij. Ze delen  ervaringen en emotie. Aan iemand met dezelfde achtergrond hoeft minder uitgelegd te worden. ‘We zijn getroffen door de oorlog,’ zegt Claudine, ‘maar we zijn geen slachtoffers of getraumatiseerd. Het bepaalt wel een deel van je leven. Ieder mens zoekt immers zijn identiteit. Bij ons is het vinden daarvan moeizamer dan voor de meeste mensen. Maar we hebben met onze gezinnen een fijn bestaan in Nederland opgebouwd. Binnen Sakura zijn we ook gewoon vrienden die over keotjkes en kalfjes met elkaar praten of samen plezier beleven.’

Bruggen

‘Hoewel de Japanse bezetting wat uit de taboesfeer lijkt te komen, blijft het een gevoelig onderwerp,’ zegt Claudine. ‘In Nederland zie je bij de oudere generatie nog altijd haat tegen de Duitsers. De gevoeligheid over de rol van Japan zijn minder aanwezig. Maar er wonen in Nederland veel Indische mensen. Voor hen is het onderwerp Japan veel emotioneler. Zeker wanneer ze in de oorlog in een kamp hebben gezeten. Sakura wil symbolische bruggen bouwen. Dat is een van de redenen waarom we lid zijn van de Federatie Spijkenisse Samen. Daar is van tevoren uitgebreid met de andere leden over gesproken. Bij FSS zijn meerder Indische organisaties aangesloten. Door de dialoog met ze aan te gaan, hopen we het leed te verzachten. Het bestuur van Sakura heeft zich wel eens afgevraagd of we nog wel bestaansrecht hadden. Maar nog altijd sluiten zich nieuwe lotgenoten aan, die op zoek willen gaan naar hun vader. En ook het bruggen bouwen is een taak die nog lang niet afgerond is’, besluit Claudine.

WEEKBLAD SPIJKENISSE

5 september 2006.